Motorische ontwikkeling

Onder motorische ontwikkeling verstaan we:1. mot ontw
•  de sensorische ontwikkeling (zintuigelijke waarneming)
•  de motorische ontwikkeling (bewegen)
•  de neurologische ontwikkeling (de rijping van het zenuwstelsel)

Deze drie hebben invloed op elkaar.
Het bewegen heeft invloed op de het zenuwstelsel. En het zenuwstelstel is nodig om een bepaalde beweging te kunnen maken. Bij deze beweging worden ervaringen via de zintuigen opgedaan (horen, zien, voelen, ruiken en proeven). De volgende keer zal een beweging meer kwaliteit hebben door de ervaring die eerder is opgedaan.

Voorbeeld, kind pakt een rammelaar.
Het kind zwaait zijn arm opzij en komt onbewust tegen een rammelaar aan. Via zintuigen (hij hoort de rammelaar, ziet de beweging, voelt de rammelaar) beseft hij het gevolg: de rammelaar maakt geluid. Hij koppelt de armbeweging aan het rammelen van de rammelaar. De armbeweging krijgt een functie, namelijk het rammelen van de rammelaar. Door dit veelvuldig te oefenen kan het kind deze armbeweging bewust uit gaan voeren en deze vervolgens automatiseren (zich eigen maken).
Een zekere mate van rijping van het zenuwstelsel is nu nodig zodat de arm een beweging kan maken.

Reactiemogelijkheid is gesloten